Historiek

In het hartje van West-Vlaanderen, op een goede boogscheut van de drukke verkeersweg Roeselare-Oostende, ligt het vredige Ichtegem. Een dorpje zonder geschiedenis, dat in het verleden slechts af en toe in het nieuws kwam door de aanwezigheid van drie brouwerijen op zijn grondgebied.
Vandaag is nog één brouwerij in werking. Gelegen in de schaduw van de 17de eeuwse Sint-Michielskerk, is de artisanale brouwerij Strubbe - de Maagd van Gent zoals ze eertijds genoemd werd - zo oud als ons land.

In 1830 verliet een zekere Carolus Strubbe het handelsstadje Tielt om in vlasgemeente Ichtegem zijn geluk te beproeven. Hij werd er boer en brouwer: in de zomermaanden werkte hij op het veld en in de wintermaanden stond hij op de moutvloer en aan de roerkuip. Dat was nog de tijd dat de brouwers de meest noodzakelijke grondstoffen zelf verbouwden, niet alleen gerst en andere granen, maar op vele plaatsen zelfs hop. De vaten en de kuipen werden in de brouwerij zelf vervaardigd of alleszins toch hersteld en meestal met eik van eigen gewin. Die ambachtelijke aanpak verklaart waarom de biertonnen zo verschillend waren van grootte en uiteraard van inhoud.

Sedert de oprichting is de brouwerij familiebezit gebleven, zes generaties lang, van vader op zoon. Carolus Strubbe werd opgevolgd door zijn zoon Louis, die de roerstok doorgaf aan zoon Medard, die de oude naam van de brouwerij veranderde in brouwerij Strubbe en later de exploitatie overliet aan zijn enige zoon Aimé. Na Aimé kwamen twee zonen in het bedrijf: Gilbert Strubbe, die brouwmeester werd en zijn broer Etienne Strubbe, die verantwoordelijk was voor de verkoop en administratie. Vandaag is de zaak in handen van Norbert Strubbe, die zijn vader Etienne heeft opgevolgd, en Marc, zoon van Gilbert, die het produktieproces leidt. In het verre verleden had elk dorp ten minste één brouwerij. Ons land telde in 1900 met zijn 6,7 miljoen inwoners, 2632 gemeenten en 197821 cafés precies geteld 3223 brouwerijen. Vandaag blijven er geen honderd meer over. Dat brouwerij Strubbe heeft kunnen overleven, dankt zij aan het feit dat de verschillende generaties, van Carolus Strubbe tot Norbert en Marc Strubbe, honderd vijfenzestig jaar lang dus, in hun eigen bedrijf zijn blijven investeren. Met het oog op prestige deden de meeste brouwers dat niet. Ze staken liever hun centen in huizen die tot cafés met verplichte aankoop beschouwd konden worden. Ze hadden ongelijk, want reeds na de eeuwwisseling begon het aantal cafés zienderogen te verminderen, van 197821 in 1900 tot 152200 in 1920 en 85000 in 1950. Tegenwoordig zijn er nog maar 30000. Het verlies aan vaste klanten (en huishuur) enerzijds en de technische en kwalitatieve achterstand in de produktie anderzijds verplichtten vele brouwers ertoe hun bedrijf te sluiten.

De belangrijkste investeringen bij Strubbe hadden plaats in 1978, toen Aigle-Belgica (voorheen brouwerij De Meulemeester-Verstraete) door Piedboeuf (nu Interbrew) werd overgenomen en ontmanteld. Al de bruikbare koperen brouwinstallaties (onder meer een hopextractor) verhuisden toen van Brugge naar Ichtegem, waar ze als kleinoden werden gekoesterd.

In 1986 werden de open gistkuipen vervangen door vier cilindro-conische tanks van 150 hl, waardoor er sneller en sterieler gewerkt kon worden en bewaarmiddelen definitief tot het verleden behoorden. Met die investeringen kon brouwerij Strubbe haar machine-en opslagpark moderniseren, zonder daarbij afbreuk te doen aan de traditionele produktiemethodes. Door de stijging en de uitbreiding van de streekbieren, begin de jaren 90, kwamen er nog cilindro-conische tanks bij. Tot en met 1999 werd in de brouwerij ook water en limonade geproduceert. De stopzetting van deze produktie was noodzakelijk om plaats te maken voor uitbreiding van de afvullijn van de bieren, opnieuw ten goede van de kwaliteit van het bier, en de verpakking.

Tot het einde van de Eerste Wereldoorlog werd door de Strubbes alleen bier met hoge gisting bebrouwen. Het betrof twee soorten: enkel bier en dobbelbier, Het eerste met een alcoholvolumegehalte van 2 procent, het tweede van 4 procent. Aimé Strubbe zou zich geleidelijk toeleggen op het brouwen van lage-gistingsbieren, eerst Bock en nadien Pils, een omschakeling die veel energie en geld kostte maar weinig geld in het laatje bracht. Gelukkig was er nog het bruine Hengstenbier, dat met zijn zoetzure, speciale smaak erg geliefd bleef. Het aloude recept van dit Hengstenbier ligt ten grondslag aan het Ichtegems Oud Bruin van 4,9 procent, dat in 1982 na de intrede van de vijfentwintigjarige Marc Strubbe in de brouwerij, in een verbeterde uitgave op de markt werd gebracht.

Het jaar nadien werd er een nieuw bier boven het doopvont gehouden. Experimenten van vijf jolige drinkebroers uit het Oostvlaamse Zele, aangevoerd door Marc Vael, leidden tot een brouwsel dat 'houten kop' werd gedoopt en sedertdien door Strubbe in Ichtegem wordt gebrouwen. De Houten Kop is fruitig, amberkleurig en gezegend met een subtiel aroma, afkomstig van een gedurfde kruidenmengeling, die Marc Vael en zijn vrienden angstvallig geheimhielden. Zelfs Marc Strubbe verkeerde vroeger in het ongewisse over de samenstelling van de kruiden die Marc Vael eertijds in hoogsteigen persoon aan het brouwsel toevoegde. Hoe dan ook, zeker is dat men na het drinken van dat (h)eerlijke biertje 's anderendaags niet wakker wordt met een houten kop.

Aan het einde van 1986 verscheen dan de in Oostende razend populaire Dikke Mathile ten tonele, een amberkleurig bier met een alcoholgehalte van 6 procent volume. Speciaal voor Lokeren brouwt Marc het Dobbelken, een natuurbier van 4,2 volumeprocent alcohol dat door een jury uit honderd twintig verschillende biersoorten werd uitverkoren.

Dat Marc Strubbe niet bij de lege kratten zou blijven zitten, was te voorspellen. Hij zorgde zelfs voor verrassingen. Zo was Marc de eerste in ons land die alcoholvrij bier brouwde. 'Edel-bräu' staat er op het etiket en verder '0,3 procent volume alcohol'. Als brouwerij Henniger in Frankfort dat kon, dacht Marc Strubbe, dan kan ik dat ook, met dit verschil dat 'Gerstel Brau' 0,4 volumeprocent alcoholgehalte bevat, dus 0,1 procent meer. Marc Strubbe was aldus de Belgische biermastodonten met hun leger brouwingenieurs en laboranten bijna twee jaar voor!

Alcoholvrij bier is in ons land geen hoogvlieger geworden. Het heeft nauwelijks een marktaandeel van twee procent bereikt. Dat was wel enigszins te verwachten. Ter illustratie mag wel even vermeld worden dat sommige caféhouders bij elk glas alcoholvrij bier een stukje zeep gaven 'Voor bij het water', zeiden ze dan.


Marc Strubbe bracht ook witbier op de markt, dat de welluidende naam 'vlaskop' meekreeg. Niet gebrouwen met ongemoutte tarwe zoals alle andere witbieren, maar met 40 procent ongemoute gerst en met nagisting op de fles. Precies daarom vermeldt het etiket 'Gerstebier', de nagisting duurt een tiental dagen in een verwarmde kamer met een constante temperatuur van 22°C. Met zijn 5,5 volumeprocent is het witbier van brouwerij Strubbe minder zoet dan de gewone witte bieren, ook minder troebel en een weinig bitter.

Ten slotte komen we bij de Couckelaerschen Doedel met 6 procent alcoholvolume. Gebrouwen met Franse zomergerst, Poperingse hop en een mengeling van uitgelezen Schotse kruiden (vandaar de naam), is een fris geschonken Doedel een sterk gewaardeerd streekbier, dat bij verschillende gastronomische gerechten kan worden gedegusteerd. Het gerecht zal er alleszins beter van worden. Gezien het bezinksel in de fles is voorzichtig schenken aangeraden. Door de nagisting is Doedel bijna onbeperkt houdbaar.

Ook in in 2000 stond de tijd niet stil in de brouwerij Strubbe. Aluminium tanks werden stuk voor stuk vervangen door Inox tanks, de vatenvuller moest plaats maken voor een nieuwe, enz ...

 In 2001 zal er opnieuw geïnvesteerd worden om de uiteindelijke kwaliteit van het bier alsmaar te verbeteren. Vermelden we ten slotte nog dat Marc Strubbe bekroond werd door de Fédération des Etudes et Recherches dans l'Industrie de Fermentation voor zijn wetenschappelijke studie 'Het rendement van de hopping tijdens het koken van het wort en het bitterstofverlies tijdens het verdere produktieproces'.

2004 is een druk jaar met het brouwen van 2 geheel nieuwe bieren: Keyte naar aanleiding van de herdenking van het Beleg van Oostende. En in oktober brengt ook de gemeente Oostkamp zijn eigen bier Wittoen uit.

Brouwerij Strubbe zal ook in 2005 blijven investeren. Zo kwam er een nieuwe flessenvuller en eveneens nieuwe kratten voor de 33 cl flessen.

2006 wordt het jaar van een nieuw bier : Ichtegems Grand Cru.

Een nieuw biertje Keyte-Oosténdse Dobbel-Tripel is vanaf 2007 beschikbaar, namens Brouwerij Strubbe uit Ichtegem en De Oostendse Bierjutters.

Eind 2007 kozen we ervoor om de naam 'Superpils' te wijzigen in 'Strubbe pils'.

  Vandaag de dag exporteert Brouwerij Strubbe zijn bieren tot in Japan, de Verenigde Staten, Duitsland, Italië en Nederland.

In 2008 heeft Norbert Strubbe de fakkel volledig doorgegeven aan zijn zoon Stefan Strubbe. (zevende generatie)

 

Brouwerij Stubbe - developed StudioEmma